1987 en de uienprijs

In 1987 gaf ik les op een landbouwschool in Flevoland aan een klas van 15 leerlingen van ongeveer 17 jaar. Het gesprek kwam er op dat de leerlingen geen van allen meer in God geloofden. Ik vroeg “waarom niet?” Ze waren teleurgesteld in God en de kerk, bidden hielp niet, alles was leeg. De één had voor een oude zieke oom gebeden als klein jongetje, maar de oom was toch gestorven… de ander voor zijn oma met eenzelfde verhaal. Ze wisten wel dat ik God liefhad. Ik had een schietgebedje in mijn hart “Here God, wat moet ik hiermee?”.

Ik kreeg toen een merkwaardige gewaarwording alsof God Zelf in mij sprak “Sinco daag ze maar uit, dan zullen ze zien dat ik besta en gebeden beantwoord”. Dat deed ik. “OK jongens (en één meisje), er is maar één manier om erachter te komen of God bestaat en naar gebeden luistert: we gaan bidden! Zeg maar waarvoor.” Doodse stilte. Na een tijdje merkten ze dat ik serieus was en er ging een vinger omhoog van een zekere David met een groot akkerbouwbedrijf in Zuid Flevoland. “Meneer wilt u bidden voor de uienprijs. Wij hebben 600 ton uien in de schuur, maar de prijs is helemaal niks, 0-2 cent per kilo, daar kunnen we niet van leven.” Dat leek me een eerlijke vraag en een eerlijke uitdaging voor God. “OK David, wat is voor jullie een redelijke uienprijs?” David antwoordde “13-15 cent per kg”. Goed, dan gaan we daar voor bidden. Nog meer?
Nu kwam de klas los. Ze kregen die dag ook een toets voor scheikunde van een leraar bij wie ze altijd drieën en vieren haalden. Of ik wilde bidden voor een goed cijfer. “Kom nou gauw, daar moeten jullie zelf maar hard voor werken!” Maar ze verzekerden me dat ze er ditmaal bijna allemaal (op één na!) hard voor hadden gewerkt, dus we zouden ook bidden voor een cijfer 7-8 voor de toets. En dat deden we, eenvoudigweg.

Twee weken later had ik ze weer… er zat één week vakantie tussen. Elke dag had ik de beursberichten van Dronten en Zeewolde gevolgd voor de uienprijs. De eerste week bleef die slecht, maar de tweede week liep die op. Vrijdag had ik die klas weer en de donderdagavond ervoor las ik dat de uienprijs 13-15 cent op de beurs van Zeewolde was. Een wonder. Een slecht uienjaar blijft meestal slecht. Ik was opgetogen en zag verwachtingsvol uit naar de les met die klas. Ze kwamen binnen. “En David, hoe is de uienprijs?” David zei dat deze 13-15 cent was. “En waarvoor hebben we gebeden?” Hij gaf toe dat we ervoor hadden gebeden, maar zei “U denkt toch niet dat de uienprijs is gestegen omdat u ervoor hebt gebeden????” “Nee”, zei ik, “niet degeen die bidt is belangrijk, maar De God in hemel die luistert, Die is belangrijk!!!!”
Hoe was het gegaan met de scheikunde toets? Ze hadden allemaal een 7-8, op de ene jongen na die niet goed had geleerd. Maar ook dat sloeg geen deuk in die klas. God had er niets mee te maken… wonderlijk verhoorde gebeden veranderde hun denken over God niet meer.
Ik was trots op mijn Vader in de hemel, Die me niet in de steek had gelaten en de klas als het ware had gelokt op Hem te vertrouwen. Maar ik was zo teleurgesteld dat het allemaal vergeefs leek.

Eenentwintig jaar later in 2008 kwam er een man verwilderd onze toenmalige kerk in Lelystad binnenlopen. “Toevallig” liep hij mij als eerste tegen het lijf. Ik herkende hem als één van de leerlingen van mijn landbouwklasje in 1987. Hij was wanhopig op zoek naar God en herinnerde zich deze les uit zijn jeugd.
Toen leerde ik dat wij teleurgesteld worden en maar ten dele begrijpen, maar dat God op Zijn eigen manier doorgaat in de levens van mensen, lokkend, niet dwingend, om God te zoeken en te vinden en door Jezus verzoend te worden met God en het eeuwige leven terug te krijgen.
Praktisch alle mensen die ik spreek herkennen dat ze deze klop van God aan de deur van hun leven feitelijk herhaaldelijk hebben gemerkt, maar er (lange tijd) niets mee deden. Dat kan je je eeuwige toekomst kosten.