• do. jan 27th, 2022

Sinco en Roelie

Dit is de eerste dag van de rest van je leven!

Parel

Elke maand hoop ik hier een stukje te plaatsen dat ik net heb gelezen en dat volgens mij iets bijzonders heeft.

2022 JANUARI – Jezus’ woord voor 2022

Uit de Bijbel… Openbaring hoofdstuk 3 vers 7-13 (Vertaling Groot Nieuws Bijbel):

7 ‘Schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Hij die heilig is en waarachtig, die de sleutel van David bezit, die opent en niemand kan sluiten, die sluit en niemand kan openen, hij spreekt aldus:

8 Ik ken uw daden. En zie, daar voor u is een deur die ik heb geopend, en niemand kan hem sluiten, want uw kracht is niet groot, maar u hebt vastgehouden aan mijn woorden en mij niet verloochend.
9 Weet dit: die aanhangers van Satan, die leugenaars die zich Joden noemen maar het niet zijn, ik zal ervoor zorgen dat ze zich voor uw voeten komen neerwerpen en erkennen dat ik u liefheb.
10 U hebt vastgehouden aan mijn opdracht om standvastig te zijn. En daarom zal ik u vasthouden in het uur van de beproeving dat voor de hele aarde en haar bewoners zal aanbreken.
11 Ik kom spoedig! Houd vast wat u hebt en laat u door niemand van uw zegekrans beroven.
12 Wie overwint, maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God, een zuil die daar niet meer zal verdwijnen. Dan grif ik in hem de naam van mijn God en de naam van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel, vanuit mijn God neerdaalt, en mijn nieuwe naam.
13 Wie oren heeft, laat hij luisteren naar wat de Geest aan de gemeenten te zeggen heeft.’

2021 DECEMBER – Nadenkertjes

* Zij die dansen zijn gek in de ogen van hen die de muziek niet horen
(over geloven in Jezus Christus)

* Life Is Not How You Survive The Storm, But How You Dance In The Rain
(wees een geur van Christus ten leven)

* Dit is de eerste dag van de rest van je leven!
(een variant van Johannes 3:16)

2021 NOVEMBER – uit DE BRIEF AAN EFEZE

De parel voor november is een stukje uit de Bijbel uit de brief aan Efeze. Ik heb alleen de meervoudsvorm “jullie” of “ons” persoonlijk gemaakt in “jou” en “mij”. Dan weet je zeker dat God JOU op het oog heeft!

Dit is een brief van Paulus, die door God is aangewezen als apostel van  Jezus Christus, gericht aan (jouw naam) in (jouw woonplaats), die Christus Jezus trouw volgt. Ik wens jou de genade en de vrede toe van God, onze Vader, en van onze Here Jezus Christus.
Aan God, de Vader van onze Here Jezus Christus, komt alle dank en eer toe. Hij heeft jou, nu jij één bent met Jezus Christus, alle geestelijke zegen gegeven, die er in de hemel is. Al voordat Hij de wereld maakte, heeft God jou uitgekozen; jij die één met Christus bent. Jij zou alleen van Hèm zijn en volmaakt voor Hem staan. Het is altijd Zijn bedoeling geweest jou als Zijn kind aan te nemen  door Jezus Christus, opdat jij Hem zouden prijzen voor Zijn onovertroffen genade. En Hij heeft jou door Zijn geliefde Zoon laten ervaren hoe buitengewoon goed Hij is. Gods Zoon heeft Zijn leven en Zijn bloed gegeven om jou van de zonde te verlossen. Alles wat jij hebt misdaan, is jou daardoor vergeven. Wat  een ongelofelijke genade!
En dat niet alleen! God heeft jou alle wijsheid en inzicht gegeven. Hij verlangde ernaar jou het geheim bekend te maken waarom Hij Christus heeft gestuurd. Hij heeft besloten alles in de hemel en op aarde bijeen te brengen onder het absolute gezag van Christus, als de tijd ervoor gekomen is.

Door jouw eenheid met Christus ben jij het eigendom van God geworden.  Dat is altijd de bedoeling geweest van Hem, Die alles doet zoals Hij Zelf wil en goed vindt. Hij wilde dat wij, Joden, die al zo lang gewacht en gehoopt hebben dat de Christus zou komen, Hem zouden prijzen en eren. En niet alleen wij, maar ook jij, die de waarheid hebtgehoord, het goede nieuws dat jouw redding is. Toen jij in Christus ging geloven, gaf God jou de Heilige Geest, Die Hij had beloofd als een bewijs dat jij van Christus bent. Deze Geest in jou is een borg voor wat God jou allemaal zal geven als Hij jou, Zijn eigen kind, zal verlossen. Een reden temeer om Hem te eren voor Zijn grootheid.

Daarom houd ik ook niet op God voor jou te danken, want ik heb gehoord hoe groot jouw geloof in de Here Jezus en jouw liefde voor alle christenen is. Ik bid altijd voor jou en dan vraag ik de God van onze Here Jezus Christus (de Vader Die alle eer verdient) jou wijsheid te geven, opdat je helder en duidelijk zult zien wie Christus is en Hem door-en-door zult kennen.
Ik bid dat jij innerlijk vol licht zult zijn, zodat je iets zult zien van de heerlijke toekomst, waarvoor je geroepen bent. Dan zul je weten wat een geweldige rijkdom God voor al Zijn kinderen heeft klaarliggen.
Ik bid dat je zult beseffen hoe ontzaglijk groot de kracht is, die God  ter beschikking stelt aan jou die in Hem gelooft. Door diezelfde grote kracht is Christus uit de dood teruggekomen om de  belangrijkste plaats naast God in te nemen. Nu is Hij hoog verheven boven elk gezag, elke macht, kracht en regering, boven alles waarvoor men respect heeft; niet alleen in deze wereld, maar  ook in de wereld die komt.
God heeft letterlijk alles aan Christus onderworpen en Hem, als enig hoofd, aan de Gemeente gegeven. De Gemeente is Zijn lichaam, waarin Hij volledig tot uiting komt; Jezus Christus Die alles in de hele schepping vervult en volmaakt.

Ook jij bent door Hem tot leven geroepen; jij, die eigenlijk al dood was, omdat je niet leefde zoals God wilde. Je liep met de grote massa van deze wereld mee en deed dezelfde slechte dingen als zij. Jij gehoorzaamde satan, de leider en vorst van de geestelijke machten in de lucht, die nu nog actief is in de mensen die vijanden van de Here zijn. Zo was het ook met jou. Wij hebben allemaal aan onze slechte begeerten  toegegeven. Wij hebben allemaal gedaan wat ons egoïsme ons ingaf. Door naar onze eigen natuur te leven, hadden wij Gods oordeel over ons gehaald.
Maar Gods liefde voor jou is zo groot dat Hij jou volledig gratie heeft verleend, zelfs al was je door je misdaden dood voor Hem. Hij heeft je samen met Christus levend gemaakt! Wat een genade! Dat jij gered bent, is enkel en alleen genade van God. Hij heeft jou (die één met Jezus Christus bent) samen met Hem levend gemaakt en ook met Hem een plaats in de hemel gegeven.

2021 Oktober – uit De brief aan Diognetus

Deze brief is een christelijk geschrift uit de tweede eeuw, AD 130-200.
De schrijver is onbekend, maar wel een volgeling van Jezus Christus. Hij schrijft aan Diognetus, die waarschijnlijk een vertegenwoordiger van de Romeinse overheid is en onbekend met het christendom. Met name hoofdstuk 5 vind ik treffend en leerzaam voor onze tijd.

Hoofdstuk 5.

  1. Want Christenen onderscheiden zich niet van de mensheid qua woonplaats, wijze van spreken of gewoonten.
  2. Want zij wonen niet ergens in hun eigen steden, ook gebruiken zij geen andere taal, of oefenen een bijzondere manier van leven uit.
  3. Ze hebben ook geen ‘uitvinding’ gedaan, ontdekt door enige intelligentie of studie van geleerde mannen. Ook zijn het geen meesters van wat voor menselijk dogma dan ook, zoals sommigen dat zijn.
  4. Maar terwijl zij in steden van de Grieken en Barbaren wonen, zoals het lot hen dat heeft toebedeeld, daar volgen ze de plaatselijke gebruiken qua kleding en voedsel en de andere dagelijkse bezigheden. Toch is de grondwet van hun eigen burgerschap, zoals zij die belijden, wonderbaarlijk, een belijdenis boven elke verwachting.
  5. Ze wonen in hun eigen landen, maar alleen als gasten. Ze dragen in alles bij als gewone burgers, maar zij verdragen alle lasten van het vreemdeling zijn. Elk buitenland is als een vaderland voor hen, en elk vaderland is een buitenland.
  6. Zij trouwen net als alle andere mensen en krijgen kinderen, maar zij werpen hun nakomelingen niet weg.
  7. Zij delen hun maaltijden, maar niet hun vrouwen.
  8. Zij zijn gewoon in het vlees, maar leven toch niet volgens de vleselijke natuur.
  9. Hun bestaan is op aarde, maar hun burgerschap is in de hemel.
  10. Zij gehoorzamen de vastgestelde wetten, en zij gaan die wet met hun eigen levens te boven.
  11. Zij houden van alle mensen, en zij worden door iedereen vervolgd.
  12. Ze worden genegeerd, en toch worden ze veroordeeld.
    Ze worden gedood, en toch begiftigd met het leven.
  13. Ze zijn aan de bedelstaf, en maken toch velen rijk.
    Ze zijn in alles behoeftig, en hebben toch overvloed in alle dingen.
  14. Zij worden onteerd, en toch zijn zij prachtig in hun oneer.
    Er wordt kwaad van hen gesproken, en toch zijn ze gerechtvaardigd.
  15. Ze worden uitgescholden, en ze zegenen,
    ze worden beschuldigd, en zij houden respect.
  16. Goeddoende worden zij als boosdoeners bestraft.
    Gestraft wordend zijn zij blij, alsof zij daardoor tot leven gewekt worden.
  17. Er wordt oorlog met ze gevoerd door de Joden, alsof het buitenaardse wezens zijn, en er is voortdurende vervolging van hen onder de Grieken.
    En toch kunnen zij die hen haten niet vertellen waarom zij hen haten.

Hoofdstuk 6.

  1. In één woord, wat de ziel voor het lichaam betekent, dat betekenen de Christenen voor deze wereld.